Amanda

Haar kleeft de onrust aan, dacht ik toen ik Amanda weer voor mijn entree zag. De springerige bewegingen die ooit zulke charme en verwachting hadden uitgedrukt ontwaarde ik ook nu, zij het afgezwakt tot een expressie van iets ongeduldigs, op de rand van wanhoop misschien. Gelukkig had ik haar voldoende leren kennen om te weten dat ze zich er niet onder zou laten krijgen. Het was pas haar tweede bezoek aan het huis in de lokale prairie. Niet mijn huis, voelde ik plotseling.Hoe dan ook was me het plan ingevallen dat ze de ontluikende tuin af en toe zou verzorgen terwijl ik de barre tocht met Boschmann naar het noorden ondernam. Al spijt van dat laatste, maar op het eerste had Amanda ‘ja’ gezegd en dat bracht haar voor even bij me terug. In de tuin bij de vijver stond ze half te dansen, meer ingehouden dan ik van haar gewend was en de glimlach flauwer. De vissen lieten zich niet zien.

- 215 -