Frans

In de weken na mijn bezoek aan Frans bleef het vrij stil rond hem. Geen nieuws goed nieuws, sprak ik mezelf toe en ik deed er alles aan om de struisvogelelementen in mijn karakter ruim baan te geven. Daarbij, ik keek er niet reikhalzend naar uit om opnieuw plaats te nemen tussen het gebladerte in Frans’ woonkamer, beducht voor een kokosnoot die mogelijk uit een van de kruinen kwam vallen, de reuzenhagedis die bij gelegenheid zijn tronie om de hoek van een stoel stak. Bij mij was Frans welkom, maar hij wilde zijn nieuwe huurder de eerste tijd niet te veel alleen in het huis laten rondspoken. Ik beperkte me dus tot sporadische telefoontjes met hem, die rustig verliepen; zijn vroegere uitbundigheid was niet terug maar van grote schade aan zijn gemoedstoestand leek evenmin sprake; hij zag of hoorde Marco slechts zelden in het huis, ‘noch daarbuiten’, zoals hij uitlegde met matte stem, en de aankondiging om de eerste huur over te maken was alreeds gedaan; enfin, wie weet ontstond daar allengs weer een keertje een gezellige boel, dacht ik.

- 39 -